DR ELISABETTA BORGIA OVER MENTALE PARAATHEID, VERMOEIDHEID EN DUURZAME TOPPRESTATIES
Fotocredit: Lidl–Trek
Door Unbroken | Interview met Dr. Elisabetta Borgia, Head of Psychology bij Lidl–Trek
Op WorldTour-niveau wordt prestatie in het wielrennen niet langer alleen bepaald door fysieke capaciteit. De moderne renner opereert binnen een complex systeem van hoge trainingsbelasting, drukke wedstrijdkalenders, constant reizen, een overvloed aan data, media-aandacht en voortdurende prestatiedruk. Om binnen dat systeem te functioneren, is niet alleen fysieke weerbaarheid nodig, maar ook mentale helderheid, emotionele regulatie en balans op de lange termijn.
Weinig mensen begrijpen die omgeving zo goed als Dr. Elisabetta Borgia, Head of Psychology bij Lidl–Trek. Als voormalig elitewielrenster speelde Borgia een belangrijke rol in het integreren van psychologie in de dagelijkse prestatiecultuur van het team. Ze werkt met renners, staff en leiding om gedurende het seizoen zowel prestaties als gezondheid te ondersteunen.
Sinds ze zich in 2019 bij het team aansloot, heeft ze mee vormgegeven aan een holistische benadering van topprestaties, waarin mentale paraatheid niet wordt gezien als iets extra’s, maar als een fundamentele pijler.
Van elitewielrenster naar prestatiepsycholoog
Wielrennen is niet alleen het beroep van Dr. Borgia — het is een deel van haar identiteit.
Als voormalig wedstrijdrenster met 17 jaar koerservaring behaalde ze twee Italiaanse titels in het veldrijden en nam ze deel aan drie UCI Wereldkampioenschappen mountainbike. In 2011 studeerde ze cum laude af aan de Università Cattolica in Milaan, waarna ze haar klinische opleiding combineerde met toegepast werk in de topsport.
Haar vroege loopbaan omvatte een samenwerking met het studiecentrum van de Italiaanse wielerbond, gevolgd door individueel werk met Elisa Longo Borghini en later een bredere betrokkenheid bij het Trek–Segafredo Women’s team — vooral tijdens het ontregelde seizoen 2020, toen psychologische ondersteuning cruciaal werd in een periode van onzekerheid en isolatie.
“Wielrennen zit in mijn DNA en in mijn opleiding”, legt ze uit. “Klinische psychologie en sportpsychologie zijn mijn grootste interesses — mijn roeping.”
Belangrijk is ook dat Dr. Borgia nooit afstand heeft genomen van de klinische praktijk. “Ik heb het klinische werk nooit willen opgeven”, zegt ze.
“Dagelijks werken met menselijk lijden van gewone mensen — niet alleen van profatleten — is een voortdurende training en constante groei. Ik zie de mogelijkheid om beide te combineren als een grote meerwaarde.”
Dat dubbele perspectief — topsport en alledaagse menselijke ervaring — bepaalt sterk hoe ze binnen de WorldTour werkt.
“Ik zorg voor het water”: psychologie als prestatieomgeving
Wanneer haar wordt gevraagd haar rol binnen Lidl–Trek te omschrijven, gebruikt Dr. Borgia een metafoor die haar systeemgerichte aanpak goed samenvat.
“Als we de metafoor van het aquarium gebruiken”, zegt ze, “zorg ik voor het water — zodat de vissen kunnen zwemmen, zich gezond voelen en zich goed voelen.”
Haar werk gaat veel verder dan individuele sessies met renners. Een-op-eengesprekken zijn belangrijk, maar veel van haar aandacht gaat naar de omgeving: communicatiestijlen, leiderschapsgedrag, stafdynamiek en de onzichtbare druk die zich in de loop van de tijd opstapelt.
“Mijn werk is niet alleen verbonden aan de renners”, legt ze uit. “Ik werk met de staff, met het systeem in het algemeen — ik kijk naar prestaties, maar ook naar de gezondheid van het systeem.”
Tegenwoordig reist Dr. Borgia veel met het team mee, naar trainingskampen en wedstrijden, terwijl ze via online sessies ook voor continuïteit zorgt. Vanaf 2024 wordt ze ondersteund door nog twee psychologen — een duidelijk teken van hoe centraal psychologie is geworden binnen de prestatie-structuur.
“Het is duidelijk dat psychologie steeds belangrijker wordt in de sportomgeving”, merkt ze op.
De basis bouwen voordat de druk komt
Voor Dr. Borgia vindt het belangrijkste psychologische werk plaats voordat het wedstrijdseizoen begint.
“De wintertrainingskampen — december en januari — zijn de sleutelmomenten”, legt ze uit. “Daar beoordelen we nieuwe renners, definiëren we profielen, sterke punten en verbeterdoelen, en bepalen we de richting van het team voor het seizoen.”
Deze kampen draaien om afstemming: het vorige seizoen evalueren, gezamenlijke doelen vastleggen en vertrouwen opbouwen.
“Als we vooraf niets opbouwen”, zegt ze, “is het heel moeilijk om te werken wanneer de druk hoog is in de koersen.”
Zodra de competitie begint, maakt dat voorbereidende werk het mogelijk om psychologische ondersteuning te verplaatsen van opbouw naar uitvoering, zodat renners gefocust, flexibel en emotioneel gereguleerd blijven wanneer de marges klein zijn.

Fotocredit: Lidl–Trek / @GettyImages
Verschillende koersen, verschillende mentale eisen
Dr. Borgia maakt een duidelijk onderscheid tussen de psychologische eisen van eendaagse wedstrijden en rittenkoersen.
Bij eendaagse wedstrijden ligt de focus op anticipatie en scenarioplanning. “We werken vóór de koers aan mogelijke scenario’s, aan vooruitdenken”, legt ze uit. “In het algemeen om de mentale prestatie te optimaliseren.”
Rittenkoersen en grote rondes brengen echter een andere uitdaging met zich mee: focus en motivatie vasthouden terwijl de opgebouwde vermoeidheid wordt beheerd. “De renner moet met aandacht in het moment blijven”, zegt ze, “maar ook het grotere geheel kunnen zien.”
Hier wordt mentale prestatie onlosmakelijk verbonden met herstelgedrag: slaap, voeding, emotionele decompressie en het vermogen om tussen etappes opnieuw te resetten.
“Het gaat niet alleen om prestaties”, benadrukt ze. “Het gaat om herstel, om zo goed mogelijk kunnen rusten tussen de etappes.”
De moderne mentale belasting: data, media en overprikkeling
Gevraagd naar de grootste mentale uitdagingen voor professionele wielrenners vandaag, kijkt Dr. Borgia verder dan de sport zelf. “Renners leven niet in een vacuüm”, zegt ze. “Het gaat niet alleen om het sportsysteem, maar ook om de cultuur waarin we leven.”
Ze wijst op een bredere prestatiecultuur waarin constante prikkels, digitale verbondenheid en vervaagde grenzen tussen werk en rust zorgen voor een aanhoudende cognitieve belasting.
“Technologie heeft het aantal variabelen vergroot dat renners moeten managen”, legt ze uit. “Toen ik trainde, maten we onze hartslag — meer niet. Nu zijn er veel apparaten, veel cijfers.”
Hoewel data prestaties kunnen versterken, brengen ze ook risico’s mee. “Cijfers zijn een grote bedreiging voor de nieuwe generatie”, zegt ze. “Ze vertrouwen erop en verliezen het bewustzijn van hun eigen gevoel.”
Tegelijkertijd hebben sociale media de rol van de atleet veranderd. “Renners hoeven niet langer alleen performers te zijn”, zegt ze. “Ze moeten ook personages zijn. Alles is live.”
Mindfulness als prestatievaardigheid
In plaats van meer tools toe te voegen, werkt Dr. Borgia vaak aan het vereenvoudigen van aandacht. In haar visie is mindfulness geen trend of lifestyle-concept — het is een trainbare prestatievaardigheid die renners helpt om druk te reguleren en mentaal beschikbaar te blijven wanneer dat het meest telt.
“Als we in het heden zijn, kunnen we fysiek niet aan iets anders denken”, legt ze uit. “Angst is verbonden met de toekomst; andere emoties zijn verbonden met het verleden.”
Om die capaciteit betrouwbaar te maken onder koersstress, bouwt ze die in in dagelijkse routines — omdat aandacht eerst een gewoonte is en pas daarna een prestatie-tactiek. “Terwijl je eet, wees je bewust van wat je eet”, zegt ze. “Terwijl je doucht, wees je bewust van de warmte van het water of van de geur van de zeep die je gebruikt.” Deze kleine aandachtsmomenten — eten, water, ademhaling, sensaties — worden een voorbereiding op de momenten die er in koers het meest toe doen, wanneer focus direct, gecontroleerd en herhaalbaar moet zijn.
“We moeten aandacht trainen”, voegt ze toe. “Niet alleen in training, maar ook in het gewone leven.”

Gezondheid vóór prestatie
Als klinisch psycholoog is Dr. Borgia heel duidelijk over het startpunt van elke prestatie-discussie. “We hebben gezonde renners nodig — fysiek en mentaal — als we prestaties willen opbouwen.”
Ze waarschuwt voor een veelvoorkomende paradox in de topsport: wanneer atleten het moeilijk hebben, duwen ze vaak harder in plaats van een stap terug te doen.
“Soms moet je minder doen”, legt ze uit, “maar wil je meer doen — om te bewijzen dat het goed gaat.”
Daar begint mentale vermoeidheid vaak.
Mentale vermoeidheid: voorkomen boven reageren
Dr. Borgia omschrijft mentale vermoeidheid als een psychofysiologische toestand die ontstaat door langdurige cognitieve en emotionele belasting. “Je wordt niet op een dag wakker en bent ineens vermoeid”, zegt ze. “We moeten preventief werken aan bewustzijn.”
Mentale vermoeidheid verschijnt vaak vóór fysieke vermoeidheid en kan sterk beïnvloeden hoe lichamelijke inspanning wordt ervaren. Als ze onopgemerkt blijft, ondermijnt ze herstel, besluitvorming, motivatie en duurzaamheid op de lange termijn.
Daarom legt ze veel nadruk op subjectieve feedback, niet alleen op prestatiemetrics. “Hoe voelde je je vóór de training? Hoe voelde je je erna?” vraagt ze aan renners, waarbij ze de aandacht bewust van cijfers naar interne signalen verschuift. Zonder dat bewustzijn, waarschuwt ze, lopen atleten het risico mechanisch te worden — trainingen afwerken zonder de echte kostprijs ervan te begrijpen.
Cruciaal is dat dit werk gegrond is in relatie en context. Dr. Borgia benadrukt dat mentale vermoeidheid niet los kan worden beoordeeld van de omgeving van de atleet. “We moeten de renner kennen”, legt ze uit — waar iemand vandaan komt, hoe lang die al van huis is, en wat die emotioneel meedraagt naast de trainingsbelasting. Voor een renner die al maanden in het buitenland woont, ver van familie, kan de mentaal beste keuze anders zijn dan de fysiologisch beste keuze.
“In sommige gevallen”, legt ze uit, “kan het, ook al zou het fysiek beter zijn om langer op hoogte te blijven, gezonder zijn om een paar dagen eerder naar huis te gaan — van omgeving te veranderen, familie te zien, te resetten — vóór de koers.” Die beslissingen worden individueel genomen, met een balans tussen prestatie en mentaal herstel.
Voor Dr. Borgia is die adaptieve aanpak essentieel: mentale vermoeidheid wordt niet beheerd met rigide plannen, maar door de persoon achter de atleet te begrijpen — en het systeem om die persoon heen aan te passen om zowel gezondheid als prestatie te beschermen.
De “energietank”: een model voor duurzame carrières
Om prestaties op de lange termijn uit te leggen, gebruikt Dr. Borgia een metafoor die renners meteen begrijpen. “Aan het begin van het seizoen hebben we een volle tank”, zegt ze. “Alles wat je doet, haalt energie en brandstof uit die tank.” De sleutel is leren hoe — en wanneer — je die gedurende een lang seizoen weer aanvult.
“Als we alleen plannen waar we willen pieken, maar nooit wanneer we rust nodig hebben”, legt ze uit, “raken we uiteindelijk zonder brandstof — omdat rust deel uitmaakt van de volgende piek.”
Datzelfde kader wordt essentieel tijdens tegenslagen zoals blessure of ziekte. In die periodes is haar prioriteit om een duidelijke herstelstructuur te creëren — zodat de renner gericht en gemotiveerd blijft terwijl prestatie tijdelijk naar de achtergrond verschuift. “Het eerste doel is gezond zijn”, zegt ze, terwijl ze samen met artsen en therapeuten een weg terug uitstippelt. Van daaruit richt ze zich op “checkpoints” en korte-termijndoelen die vooruitgang zichtbaar maken: soms zo eenvoudig als “Ik kan een half uur op de rollen rijden — en daar blij mee zijn, omdat we de goede kant op gaan.”
Zonder die tussenstappen, waarschuwt ze, kan herstel psychologisch uitputtend worden — zeker wanneer atleten anderen zien doorgaan met trainen en koersen. Duidelijke mini-doelen beschermen motivatie, verminderen frustratie en helpen renners de tijd te accepteren die nodig is om goed terug te komen.
Om dat bewustzijn gedurende het seizoen levend te houden, gebruikt het team ook eenvoudige reflectietools — zoals snelle energieratings en check-ins. “Het gaat niet om meer data”, legt Dr. Borgia uit. “Het gaat om reflectie.”
Lessen voor alledaagse sporters
Dr. Borgia gelooft dat deze principes nog sterker gelden voor niet-professionals, omdat amateurs voor alles uit dezelfde energietank putten — niet alleen voor training.

“Amateursporters halen energie uit dezelfde tank — voor werk, familie en training”, zegt ze. Sport kan een krachtige regulator van emoties zijn, maar alleen als herstel en balans worden gerespecteerd — juist omdat training rond het echte leven moet passen. Veel fanatieke amateurs staan heel vroeg op om vóór het werk te trainen, of proppen sessies laat op de avond in hun schema, maar diezelfde “tank” moet nog steeds een volledige dag professionele en familiale verantwoordelijkheden dragen.
Ze benadrukt ook het belang van goede doelstellingen. “Een doel is geen wens”, zegt ze. Een goed doel ligt tussen realistisch en uitdagend in — haalbaar met consistentie en rust, maar nog steeds prikkelend genoeg om vooruitgang te stimuleren. Anders wordt het een “droom”, en volgt frustratie. Zoals zij het zegt: als iemand zich een doel stelt als “ik wil de KOM van Pogačar pakken”, kan dat motiverend klinken, maar als het niet gebaseerd is op het huidige niveau van de atleet, dan is het “falen vooraf”.
Het resultaat: motivatie zakt weg, richting gaat verloren en plezier verdwijnt.
Haar boodschap is niet om ambitie te verlagen, maar om die goed te kalibreren: kijk waar je nu staat, definieer een uitdagend doel dat met consistentie en rust echt haalbaar is, en bouw momentum op via haalbare checkpoints. Zo blijft motivatie stabiel — en zo blijft sport duurzaam en plezierig op de lange termijn.
De toekomst van sportpsychologie: minder ruis, meer helderheid
Hoewel Dr. Borgia de waarde erkent van opkomende technologieën — VR, biofeedback, neurofeedback — blijft ze voorzichtig.
“Het risico is dat je nog meer cognitieve belasting toevoegt”, zegt ze. “En cognitieve belasting leidt tot vermoeidheid.”
In haar visie ligt het voordeel van de toekomst niet in complexiteit, maar in prioritering. “Vind de paar variabelen die er echt toe doen”, legt ze uit. “Delegeren, loslaten, vereenvoudigen.”
Laatste gedachte: prestatie volgt op sterke basis
Dr. Borgia sluit af met een filosofie die zowel haar klinische achtergrond als haar ervaring in de WorldTour weerspiegelt: topprestaties worden gebouwd vanuit balans, niet vanuit opstapeling.
“Ik geloof echt in het idee van balans”, zegt ze. “Prestatie is een gevolg — als we sterke basisprincipes creëren. Anders kan het een tijdje werken, maar het is niet duurzaam.”
Ze benadrukt ook hoe waardevol het is om te werken binnen een organisatie die deze benadering serieus neemt. “Eerlijk gezegd ben ik echt trots om deel uit te maken van dit team”, voegt ze toe. “Ik ben trots op hoe we in elke afdeling verbeteren.” Voor Dr. Borgia is die evolutie belangrijk omdat ze het principe bevestigt waar ze in het hele gesprek op terugkomt: wanneer de omgeving sterk is en het systeem gezond, wordt topprestatie niet geforceerd — het wordt de natuurlijke uitkomst.
Over Dr. Elisabetta Borgia
Dr. Elisabetta Borgia is Head of Psychology bij Lidl–Trek. Als voormalig elitewielrenster en Italiaans kampioene combineert ze klinische psychologie met toegepast prestatie-werk, en ondersteunt ze renners en staff tijdens trainingskampen, wedstrijden en in hun ontwikkeling op de lange termijn. Sinds haar komst in 2019 speelt ze een centrale rol in het verankeren van psychologie binnen het WorldTour-prestatiesysteem.